dinsdag 19 juni 2012

Begin en eind

Begin en eind

 

Daar drijf ik dan. Alles is stil. Het enige wat ik kan horen is mijn eigen ademhaling. Het kloppen van mijn hart is een prettige verstoring in de stilte die om me heen hangt.

Duister, schemering, omhult me alsof het mijn tweede natuur is geworden. Gevoel is er niet meer. De kilte overheerst alles. Mijlenver kan ik niets bespeuren. Het water, mijn enige gezelschap op dit moment.
                                                                               
 

Of vergis ik me…

Niets kan me namelijk nog raken, niets kan ik nog voelen. De eeuwigdurende strijd was gestreden. Het hoefde voor mij niet meer. Eén moment, één seconde was nodig om in dit oord te belanden.

Genoeg!!! Had ik geschreeuwd, gebruld… De enige gedachte die als een echo weerklonk in mijn hoofd. Genoeg!!! Was het enige geluid dat uit mijn mond kon weerklinken.

 

En hier ben ik dan…

Drijvend op een grote oceaan van stilte.

Ik realiseer me plotseling in welke situatie ik me bevind en kan naar aan een ding denken. Overleven!… Angstig begin ik te watertrappelen. Gedachten flitsen als een film door mijn hoofd. Waar ben ik? Hoe kwam ik hier? Hoe geraak ik eruit? Wat als… wat als ik moe word… Ik kan verdrinken…

Met de gedachten groeit ook de onrust in mij. Alsof een groot monster zich meester van me maakt. Een nieuwe strijd ontvouwt zich. Een strijd waarvan ik het nooit kan halen…

Het bewustzijn is een raar ding. Soms verlies ik het en dan word het nog zwarter om me heen. Maar tegelijkertijd maakt
zich een vrede in me zichtbaar. Iets wat ik al lange tijd niet meer heb gevoeld.

Mag ik mij hieraan overgeven? Slipt er door mijn panische denken heen… Overgeven… overgave…

Gewoon loslaten… Durf ik? Blijkbaar had ik het al een keer gedaan anders zou ik me hier niet bevinden.

Het laatste wat ik me kon herinneren was dat er wezens geland waren. Ze kwamen niet met goede bedoelingen naar Moeder Aarde. Ze wilden vernielen, macht en eten. Fysiek en energetisch. Ik verzette me tegen hen. Ik wou niet ten prooi vallen aan hun vernielingen. Genoeg had ik van dood en vernieling. Om weer een natie te zien afgeslacht worden daar had ik geen zin meer in. Genoeg!!! Had ik geschreeuwd, gebruld en nu ben ik hier.

Was dit nu sterven? Hadden ze me te pakken en drijf ik hier nu tussen hemel en aarde? Is dit het nu?

Geen mooi licht zoals in vele boeken wordt beschreven. Geen aards paradijs, geen mensen die je staan op te wachten?… Alleen kilte, eenzaamheid en duisternis? Is dit het dan???

 

Geef je over aan wat is”!

Een klaar heldere stem weerklinkt doorheen de chaos en de uiterlijke stilte. Door de duidelijkheid van de stem hielden mijn gedachten op met te bestaan.

 

Gewoon overgave aan wat is… Het lijkt zo simpel maar ik vind dit verdomd moeilijk om te doen.
Doen altijd maar doen. Een koppigheid maakt zich van me meester. Niets doen!!! Dat is het! Ik doe niets meer!


 

Niets doen lijkt moeilijker dan verwacht. Telkens opnieuw begin ik weer te watertrappelen. Mijn overlevingsdrang is groter dan mijn wens tot niets doen.

Een panische angst grijpt me bij de keel. Ademen wordt heel moeilijk. Af en toe ga ik kopje onder. Opnieuw en opnieuw.

De kracht ontbreekt me om telkens weer mezelf te dwingen om mijn hoofd boven water te houden.

Uiteindelijk laat ik los…

Ik voel mijn hele lichaam naar beneden zinken. Bellen komen uit mijn mond en mijn neusgaten. Om de laatste lucht dat in mijn lichaam rest eruit te persen.

 

De chaos die eerst zo sterk aanwezig was maakt plaats voor stilte. Stilte vanbinnen en vanbuiten. Ik sluit mijn ogen en geef me volledig over aan het moment.

Alles wordt zwart voor mijn ogen, alles wordt vredig, alles wordt zijn… Het lijkt wel op in slaap vallen. Klaarmaken om te sterven in de nacht en weer geboren te worden in een nieuwe dag.



Af en toe kom ik weer bij bewust-zijn. Om dan nadien weer dieper te vallen. tijdens die momenten van wakker worden hoor ik een vertrouwd geluid. Ik lig niet meer in het water en toch weer wel. Een gladde ondergrond draagt me. Even hoor ik, even voel ik en dan niets meer...
Dromen of wakker zijn kan ik maar moeilijk onderscheiden. Wanneer droom ik, wanneer slaap ik. Ben ik wakker wanneer ik ervaar of juist in de donkere momenten.

Ik ge gewoon met de stroom mee en laat alles gewoon op me afkomen. Immers voor verzet heb ik geen kracht meer.

Hoe langer ik hier vertoef, hoe veiliger het voor me aanvoelt. Langzaam aan kom ik volledig tot mijn positieven. Het gevoel van gedragen worden wordt helder. Een wezen dat me zo nauw aan het hart ligt, is me , op het moment dat ik alles losliet, ter hulp gekomen.




De bultrugwalvis die me draagt is een vrouwtje. Ze opent mijn hart met haar aanwezigheid. Haar ritme brengt een zekere rust met zich mee en ik ga met mee met haar. Het geluid van het spuitende water, de bewegingen van haar lichaam, geven een geborgen sfeer.

Ik herinner me een moment waar ik 1 werd met de walvis. Op Op een zekere dag was er een documentaire op televisie over de walvis. Mijn energie begon te trillen. Alsof het de hoogte inging. En plots WAS ik die walvis. Nog steeds was ik in mijn eigen lichaam maar ik kon op dat moment door hun ogen kijken en voelen hoe hun energie is. De oerkracht die ze met zich meedragen is enorm. Het lijkt wel alsof ze alle wijsheid met zich meedragen, over de aarde, over het leven... Al de kennis lijkt opgeslagen in hun cellen.

En nu drijf ik er op eentje. Het fysiek contact was prettig om te ervaren. Het is altijd mijn droom geweest om met hen te zwemmen. En nu was de droom werkelijkheid.

De kracht die het vrouwtje met zich meedroeg was onbeschrijfelijk. Waar brengt ze me heen? Waar ben ik? Nog steeds is alles donker om me heen. Geen sterren, geen maanlicht...

De vermoeidheid die ik met me meedraag word steeds groter en ik kan niets anders meer dan eraan toegeven. Overgave aan wat is...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen